Vaccinatie

Pups krijgen van hun moeder bescherming mee tegen diverse ziekten in de vorm van antilichamen. Deze antilichamen krijgt de pup voor een klein deel al in de baarmoeder en voor het overgrote deel via de melk na de geboorte. Na de geboorte neemt de hoeveelheid antilichamen in het bloed van de pups langzaam af. Na een aantal weken is de pup dan ook niet meer voldoende beschermd tegen besmettelijke hondenziekten en moet hij zijn eigen antilichamen gaan aanmaken. Om te zorgen dat het lichaam dit kan doen, moet een hond worden gevaccineerd.

Een hond moet volgens het volgende entingschema gevaccineerd worden:

Leeftijd hond Basisvaccinatie Aanvullende Vaccinatie (optie)
6 weken Puppy enting
9 weken Parvo/Weil Kennelhoest neusdruppel
12 weken Grote cocktail(hondenziekte, leverziekte, Parvo en ziekte van Weil) Rabiës
(Hondsdolheid)
1 jaar Grote cocktail Kennelhoest en/of Rabiës
(Rabiës is 3 jaar werkzaam)
2 jaar Kleine cocktail
(ziekte van Weil)
3 jaar Kleine cocktail
(ziekte van Weil)
4 jaar Grote cocktail

En zo verder. Een volwassen hond krijgt dus eens in de drie jaar de grote cocktail en de twee tussengelegen jaren de kleine cocktail. Om uw hond goed beschermd te houden is het advies om uw hond levenslang te laten vaccineren.

Titerbepaling

Eventueel is er de mogelijkheid om uw hond te laten titeren. Hierbij wordt er gekeken naar de antilichamen die uw hond heeft om zichzelf te beschermen tegen bepaalde ziekten. Hiervoor moet bloed worden afgenomen. Er kan een titerbepaling worden gedaan voor iedere ziekte waartegen we kunnen vaccineren. Zo weet u dus of een vaccinatie wel echt nodig is of dat uw dier nog voldoende antilichamen heeft. Wilt u hier meer over weten? Neem dan gerust contact op met uw dierenarts.