Edele viervoeter onder de loep

 In

 Paardenmeisjes spreken geheimtaal

De 14-jarige Charlotte is dol op paarden. Ze rijdt al zeven jaar en heeft een eigen ’verzorgpony’.
Met haar paardenvriendinnen voert ze in de stal urenlange interessante gesprekken over hun lievelingen.
Maar voor die moeders, vaders en klasgenootjes die ’niets met paarden hebben’ is het geheimtaal.
Wanneer heet het ’paard’ en wanneer is het een ’pony’? Ze zien er toch zo’n beetje hetzelfde uit?
Hoefbevangenheid, heeft dat iets met angst te maken?
En koliek, wat is dat nou eigenlijk?
We vragen dierenarts Herman Aa een tipje van de sluier op te lichten.
Het paard is geen eenvoudig verhaal, begint Herman Aa niet erg bemoedigend.
Neem alleen al het verschil tussen een pony en een paard.
Dat is niet gemakkelijk weer te geven.

Een paard tot en met een schofthoogte van 147,3 cm noemen we een pony.
Alles daarboven heet in feite paard, hoewel dan ook een sierlijke Arabier van 145 cm een pony kan worden genoemd, dus dat onderscheid klopt niet helemaal. Want aan de andere kant noemen we de IJslander en de Fjord, robuust maar ponyhoogte, weer paarden.

Karakter
Pony’s worden vaak koudbloedig genoemd.
Ze zijn meestal wat zwaarder gebouwd en hebben een rustig en flegmatiek karakter.
Naast de koudbloed kennen we ook de warmbloed en de Volbloed.
Volbloed is hier met een hoofdletter.
Een volbloed met een kleine letter is een paard waarvan vader en moeder van hetzelfde ras zijn.
De Volbloed is een Arabier.
De Engelse Volbloed is een kruising met een Arabier, met minder dan 25% Arabisch bloed in zich.
De Anglo-Arabier is ook een kruising met een Arabier, maar met meer dan 25% Arabisch bloed. Deze paarden zijn alle drie temperamentvol, krachtig maar fijngebouwd.
De termen koudbloed en warmbloed duiden op het temperament van het paard.
De koudbloed is rustig en schrikt niet snel. De meeste koudbloed paarden zien er groot en zwaar uit.
Een koudbloed paard is speciaal geschikt als trekpaard.
Hij heeft geen Arabisch bloed (van de Volbloed) in zich.
Warmbloed paarden zijn kruisingen met Arabisch bloed erin.
Een warmbloed paard is veel feller en schrikt sneller dan een koudbloed.
Hij ziet er veel fijner uit dan een koudbloed en is vaak ook sneller.
Hij is heel geschikt als sportpaard.
Binnen de warmbloedrassen bestaat veel variatie.
Dat heeft te maken met hoeveel Volbloed ’erin zit’.
Maximaal kan een paard 40 jaar worden (hoewel er verhalen zijn van pony’s die nog ouder zijn), maar 25 is al een hele leeftijd.
Ook een paard wordt grijs, en zijn gebit gaat slijten.
Het oudere paard krijgt vaker haken aan de tanden, waardoor hij zijn hooi minder goed kan kauwen. Verder wordt hij minder soepel. Dat kun je zien aan een mindere wendbaarheid.
Slijtage van de gewrichten kan ook een paard zere knieën bezorgen.
Een bejaard paard kan wel worden bereden, maar het duurt wat langer voordat hij hersteld is.
Sowieso heeft een oud paard voedingssupplementen nodig omdat de opname van voedingsstoffen in de darm verminderd is.
Ook om het herstel na inspanningen te bevorderen kun je hem voedingssupplementen geven: vitaminen en mineralen.

WORMEN
Paarden hebben altijd parasieten/wormen in het lichaam. Hij moet daarom regelmatig worden ontwormd, op vaste tijden in het jaar.
Als dat niet gebeurt, kan hij flink ziek worden en bijvoorbeeld ’koliek’ krijgen.
Koliek zijn pijnuitingen van een paard.
Meestal gaat het dan om buikpijn. Het paard gaat krabben met het voorbeen, is onrustig, gaat afwisselend liggen en staan, naar zijn buik kijken, trappen, bijten, rollen, op zijn rug blijven liggen, ernstig zweten, of hij is plotseling rustig of sloom.
Dit alles afhankelijk van ras, karakter en leeftijd.
Meestal is de oorzaak van koliek een onschuldige kramp, maar soms komen de verschijnselen door een darmverstopping.
Dat kan weer allerlei oorzaken hebben.
Maagzweren, zand in maag en darmen, maar ook wormophopingen. Je kunt aan de buitenkant niet zien wat er is, dus je moet altijd snel handelen: geen eten of drinken meer geven, ervoor zorgen dat het paard niet kan rollen en de dierenarts bellen!

BIT
Is in feite een stuk metaal op de tong liggend en in de mondhoeken van paard of pony, dat vastzit aan de leidsels. Het dient om aan te geven wat er van hem of haar wordt verwacht.
De hand van de ruiter bepaalt hoe sterk het bit inwerkt. Maar een slecht gevormd, niet goed passend en hard inwerkend bit zal de fouten die de ruiter met de handen maakt, zelfs versterken.
HOEFBEVANGENHEID
Een ontsteking van de hoeflederhuid. Door ophoping van ontstekingsproducten tussen de hoeflederhuid en de hoornlaag van de hoef kan hoefbevangenheid leiden tot het loslaten van de hele zool en eventueel tot kanteling van het hoefbeen.
Het kan ontstaan door voedingsfouten (teveel aan eiwit-/ koolhydraatrijk voedsel of een te rijk weide/voorjaarsgras), te weinig beweging en/of een slechte leverfunctie. Door het teveel aan eiwit dat als gevolg van deze drie factoren ontstaat komen er extra afvalstoffen in het bloed terecht, die door de lever zou moeten worden gezuiverd.

LIKSTEEN
Door een tekort aan zout krijgt het paard verminderde opname van eiwitten en energie uit het voer en dat kan resulteren in een droge huid en snelle vermoeidheid. Met een liksteen kan een paard zelf voorzien in de behoefte aan zout en andere belangrijke mineralen zoals magnesium, zink, koper, jodium, mangaan en selenium.
Er zijn paarden die maanden met een liksteen doen, maar er zijn ook paarden die een hele liksteen in een paar dagen op hebben. Zolang er echter voldoende water aanwezig is, hoeft u niet bang te zijn voor een overschot aan zout.

Heeft u opmerkingen over deze informatie? klik dan hier