Nieuwsbrief paard maart 2019

 In Dierenkliniek Deurne, Dierenkliniek Gemert, Dierenkliniek Helmond, Paard

Influenza

Influenza is een besmettelijk griep. Er zijn veel verschillende soorten influenzavirussen, welke ieder een eigen diersoort ziek maken. Er zijn twee hoofdtypen griepvirussen: influenzavirus type A en type B. Van deze typen bestaan ook weer verschillende subtypen.
Het influenza virus infecteert de cellen van het slijmvlies van de luchtwegen. Na 1 tot 5 dagen treden er griepachtige verschijnselen op. Het paard kan sterk verzwakken en het geheel kan tot 10 dagen duren. Soms blijven paarden langer hoesten. Net als bij de mens, zijn paarden na infectie niet immuun. Dit heeft deels te maken met het constante muteren van het virus.

Vaccinatie

Vaccinatie is belangrijk om te zorgen dat paarden minder tot geen symptomen krijgen, wanneer ze blootgesteld worden aan het virus. Ook helpt vaccinatie in het voorkomen van verspreiding van het virus naar andere paarden. Op wedstrijden is vaccinatie verplicht om zo de kans op verspreiding van ziektes te verkleinen.

Een goede bescherming tegen influenza begint met een volledige basisvaccinatie. Deze basisvaccinatie bestaat uit drie vaccinaties:

* Twee vaccinaties met 21 dagen tot 92 dagen tussentijd.
* Daarna een 3e vaccinatie na 5 maanden.

Hierna zijn de paarden voor 12 maanden beschermd. Het is belangrijk om de dieren vervolgens jaarlijks te vaccineren, om een goede immuniteit te behouden. Deze basisvaccinatie is te vinden in de bijsluiter en verplicht voor FEI-wedstrijden, maar in de KNHS regelement worden alleen de eerste 2 vaccinaties verplicht.

De jaarlijkse vaccinatie veroorzaakt bij sommige paarden een reactie. Vaak wordt influenza in combinatie met de tetanus gegeven. De tetanus vaccinatie beschermd echter 2 jaar lang. Het is ook mogelijk om influenza los te vaccineren. Hierdoor blijft het paard optimaal beschermt, maar is de vaccinatie minder belastend.

Drachtige merries kunnen ongeveer twee maanden voor de verwachte geboorte (extra) geënt wordt tegen influenza, om zoveel mogelijk afweerstoffen via de biest door te geven aan het veulen. Deze beschermt het veulen de eerste 5-6 maanden. Op een leeftijd van 6 maanden kan vervolgens het veulen gevaccineerd worden.

Vaccinaties geven nooit een garantie, dat uw paard niet ziek wordt, maar hoe meer er gevaccineerd wordt, hoe lager de infectiedruk. Daardoor neemt de kans dat individuele paarden ziek worden af.


Zandkoliek

Wat is zandkoliek?

Een paard krijgt op verschillende manieren zand binnen. Paarden die grazen op schrale weides (voornamelijk in het voor- en najaar) trekken vaak het gras met wortel (en dus zand/aarde) uit de grond. Ook paarden die ruwvoer vanaf de grond eten in de paddock, krijgen zand binnen. Sommige paarden hebben de vervelende gewoonte zand op te likken.
Een beetje zand binnen krijgen is geen probleem, maar problemen ontstaan als het paard meer zand opneemt dan de darmen af kunnen voeren. De darmen kunnen niet meer goed functioneren en er zal zich meer zand ophopen. Het paard kan symptomen als lusteloosheid, vermagering, een opgezette buik, diarree en ongemak tijdens het rijden vertonen. De beweeglijkheid van de darmen neemt af en er ontstaat een verstopping of een ophoping van gas. Het zand kan schuren tegen de darmwand en zo schade veroorzaken.

Test uw paard op zand in de darmen

Doe wat mest in een plastic zak en voeg water toe. Maak de mest los zodat het met het water mengt. Controleer na 15 minuten of er zand op de laagste punt zit. Zand wordt intermitterend uitgescheiden, daarom moet deze test enkele dagen achter elkaar herhaald worden.
Ook wij kunnen voor u testen op zand in de mest. Hiervoor hebben we minstens drie ballen mest nodig en eventueel is dit te combineren met mestonderzoek op wormeieren.
Bij een twijfel geval kan ook een röntgenfoto gemaakt worden.

Behandeling van zandkoliek

Als een paard koliek krijgt van zand, is het verwijderen ervan het belangrijkst. Er gaat tijd overheen voordat grote hoeveelheden zand eruit komen. Afhankelijk van de ernst bestaat de behandeling uit het geven van een beperkte hoeveelheid ruwvoer, vasten en/of laxeren. In sommige gevallen is het nodig om operatief in te grijpen.

Tips & Tricks om zandkoliek te voorkomen

Als het aankomt op zandkoliek kun je beter voorkomen dan genezen. De enige manier om ervoor te zorgen dat paarden geen zandkoliek krijgen, is zorgen dat ze geen zand op kunnen nemen:

Beperk de hoeveelheid tijd dat je een paard buiten laat op een schrale weide of zanderige paddock.
Bied het hooi aan vanuit een hooinet of voerbak.
Plaats het voer op rubberen matten of een betegeld deel van de paddock/wei.
Sommige paarden eten zand als reactie op tekorten aan voedingsstoffen zoals mineralen. Controleer of dit het geval kan zijn. Als je paard veel zand likt kan een graasmasker helpen.

Het geven van een kuur met Psyllium vezels kan helpen om problemen met zand in de darmen te voorkomen. Psyllium vezels hebben een tweeledige werking. Ten eerste stimuleert het de bewegingen van de darmen, waardoor het paard beter in staat is om het zand af te voeren. Daarnaast zorgt psyllium voor een gelei-achtige plakkerige massa in de darmen. Het in de darmen achtergebleven zand hecht zich hieraan en wordt zo mee afgevoerd.

Heeft u nog vragen twijfel dan niet om contact op te nemen met uw dierenarts.