Nieuwsbrief varken juni 2019

 In Dierenkliniek Deurne, Dierenkliniek Gemert, Dierenkliniek Helmond, Varken

Hittestress bij varkens

Er komen weer warme dagen aan. Zorg ervoor dat u voorbereid bent om hittestress bij uw varkens te voorkomen!

Varkens kunnen slecht omgaan met warmte. De lichaamstemperatuur van een varken wordt zoveel mogelijk tussen de 38 en 39⁰C gehouden. De omgevingstemperatuur (eigenlijk de gevoelstemperatuur) heeft invloed op de lichaamstemperatuur van het varken. Indien de omgevingstemperatuur binnen de thermo-comfort zone valt (zie afbeelding 1), hoeft het varken zich niet aan te passen om de lichaamstemperatuur op peil te houden. Als het dier zich niet meer voldoende kan aanpassen om de lichaamstemperatuur te handhaven (temperatuur wordt hoger dan de bovenste kritieke temperatuur (BKT)) zal het dier last krijgen van hittestress. Als de temperatuur te hoog oploopt, zal het dier sterven. Wat exact de grenzen van de thermo-comfort en thermo-neutraal zone zijn, verschilt per diercategorie (algemeen (beperkt) overzicht zie tabel 1).

 

 

 

 

 

 

 

 

Tabel 1. Bovengrens comfortzone en BKT voor de verschillende diercategorieën:

 

 

 

 

 

Het aanpassen van het lichaam en het gedrag, gaat ten koste van de productieprestaties (o.a. door een verminderde voeropname). Voor vleesvarkens en biggen gaat dit met name ten koste van de groei en vermindert het de kwaliteit van het vlees. Bij lacterende zeugen zal de melkproductie verminderen. Ook verminderd de immuniteit van de varkens en verhoogd de oxidatieve stress. De vruchtbaarheidsresultaten zullen ook verslechteren in warme perioden (verhoogd interval-spenen dekken, kleine eicellen, meer terugkomers, lager aantal levend geboren, verminderde bigkwaliteit, etc.). De zeugen in de dekstal zullen de berigheid / het sta-reflex minder duidelijk laten zien.
Varkens met een hoog metabolisme (zoals lacterende zeugen, hoog-dragende zeugen of zware vleesvarkens) hebben over het algemeen meer last van een hoge omgevingstemperatuur dan varkens met een lager metabolisme.

Tips:

  • Verstrek (onbeperkt) voldoende koud drinkwater (bijv. 10-15 graden aan lacterende zeugen, betere resultaten bij water van 12⁰C t.o.v. van water >15 graden).
  • Verstrek eventueel meerdere keren per dag koel drinkwater in de bak of trog.
  • Controleer of de drinknippels voldoende water per minuut verstrekken.
    Lacterende zeug >1,5 – 2,5 L/min
    Dragende zeug > 1 L/min
    Biggen 0,5 – 1 L/min
    Vleesvarkens 0,8 – 1,5 L/min
  • Zorg voor voldoende drinkpunten (bij voorkeur <10 varkens per drinkpunt) en controleer de kwaliteit van het water regelmatig.
  • Vermijd voeren op de heetste momenten van de dag (10:00-16:00uur).
  • Verlaag eventueel het voerschema of verlaag het DS-gehalte in het voer (evt. in overleg met voeradviseur).
  • Voeg extra vitamine C (!), A en E en/of elektrolyten toe aan het voer of drinkwater, zodat de dieren beter met de warmte om kunnen gaan en ondanks verminderde voeropname toch voldoende vitamines en mineralen binnen krijgen.
  • Overleg met uw voerleverancier of de samenstelling van het voer aangepast kan worden op de hitte (vermijd grondstoffen die de endogene warmteproductie verhogen en verlaag eventueel het droogstofpercentage in de brijvoer).
  • Let er (zeker met brij) op dat voerresten niet te lang in de bakken blijven staan.
  • Zorg ervoor dat alle kraamzeugen opstaan om te gaan eten.
  • Controleer de koelbox/koelkast van het sperma regelmatig (thermometer erin leggen).
  • Vermijd vaccineren of andere handelingen op hete dagen / momenten. Verschuif bijv. koppelvaccinaties naar voren en/of zet aspirine in rondom een koppelvaccinatie.
  • Zorg dat de stal goed geïsoleerd is. Sproei eventueel het dak nat of witkalk het dak voor extra verkoeling.
  • Voorkom directe inval van zonlicht op de dieren. Voorzie de ramen van bijv. een isolatieplaat.
  • Creëer eventueel koele plekken door het beton nat te spuiten (let wel op dat het niet te glad wordt).
  • Zorg voor koeling van inkomende lucht of bij de dieren zelf (door bijv. verneveling).
  • Zorg dat de luchtinlaat, ventilatoren, centraal afzuigkanaal en luchtwassers schoon zijn.
  • Controleer of er geen warme leklucht de stal binnen komt (bijv. via het dak of winterluchtinlaat).
  • Dicht eventueel het biggennest, zodat de lacterende zeug zo min mogelijk last ondervindt van de warmte uit het biggennest. En/of zet de warmtelamp tijdig uit (mits de biggen in het biggennest blijven liggen).
  • Controleer de ventilatiecurve (kan de ventilator op 100% capaciteit draaien?).
  • Leg eventueel minder dieren in een afdeling en/of laad tijdig de eerste (vlees)varkens uit de afdeling.
  • Controleer of het alarm functioneert.
  • Overleg met uw dierenarts voor de inzet van bijvoorbeeld Na-Salicylaat (aspirinepoeder) om de lichaamstemperatuur van risicodieren te verlagen.