Nieuwsbrief varken

Nieuwsbrieven varken

Met ons varkensteam maken wij met enige regelmaat een nieuwsbrief over een actueel onderwerp. Wilt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrieven over varken? Mail dan naar varken@daczuidoost.nl of vink alleen "varken" aan op https://www.daczuidoost.nl/contact

Nieuwsbrief 2022-5 Hittestress

Het is weer zo ver, de warme dagen zijn al begonnen en de weersvoorspelling voor volgende week is dat de temperaturen nog verder oplopen. Ben dus voorbereid op het voorkomen van hittestress.

We hebben enkele tips op een rijtje gezet:

  • Zorg voor goede ventilatie in de stal (inlaten en de instellingen) 
  • Zorg ervoor dat de koeling / verneveling (voorkeur voor hoge druk) in werking is. De voorkeur gaat uit naar een systeem met automatische uitschakeling bij een relatieve luchtvochtigheid (RV) boven de 80%. Houd anders de RV goed in de gaten. 
  • Verstrek (onbeperkt) voldoende koud drinkwater (10-15 graden aan lacterende zeug geeft een hogere opname en meer verkoeling) 
  • Bij temperatuur >30 graden: niet voeren op het warmste moment van de dag. 
    • Brijbedrijven die een voerbeurt overslaan tijdens de middag, is een extra waterbeurt een goede manier om de opname te verzekeren 
  • Controleer de watergift:
    • Lacterende zeug : >2L/min*
    • Dragende zeug : >1,5L/min* 
    • Gespeende big : >0.5-1L/min
    • Vleesvarken : >0.8-1.5L/min
    • * Nieuwe adviezen liggen zelfs hoger dan deze waarden
  • Overleg met de voeradviseur over een eventuele aanpassing aan het voer
  • Controleer of het alarm van het klimaat goed functioneert
  • Vermijd vaccineren of andere handelingen op het warmste moment van de dag. Als deze verschoven kunnen worden naar een andere dag of vroeg in de ochtend zou dat beter zijn
  • Leg minder dieren op in een afdeling en/of laad tijdig de eerste (vlees)varkens uit de afdeling
  • Overleg met uw dierenarts over het eventueel inzetten van bijvoorbeeld vitamine C, E, of multivitaminen

 

Kortom gebruik uw boerenverstand kijk naar uw dieren en handel er naar. Voor meer informatie bekijk onze nieuwsbrieven 2020-1 of 2021-5 of neem contact met ons op. 

Nieuwsbrief 2022-4 Dekmanagement

Het belangrijkste moment op een zeugenbedrijf is het inseminatiemoment. Alleen wanneer er eicellen bevrucht worden, kunnen er biggen geboren worden. In deze nieuwsbrief geven wij u een overzicht van een aantal kritieke punten rondom het dekmanagement en geven wij u enkele tips om het dekken beter te laten verlopen.

Dekplanning

Goed dekmanagement begint bij een goede dekplanning. In de meest ideale situatie zijn de dekgroepen ongeveer gelijk en is de verdeling van leeftijden van zeugen/gelten elke week ongeveer gelijk. Bij een goede dekplanning plan je vooraf hoeveel fokgelten klaar moeten staan om geïnsemineerd te worden aan de hand van het verwachte aantal speenzeugen en teruggekomen zeugen. De fokgelten periode staat daarom in nauw verband met het dekmanagement. Het gebruik van regumate maakt de planning van fokgelten gemakkelijker, maar is niet nodig wanneer er een goede registratie van de berigheden bij fokgelten gehanteerd wordt. Feromonen van bijvoorbeeld beren (specifieke geurstoffen die o.a. de vruchtbaarheid stimuleren) stimuleren gelten om in de puberteit te komen en dus cyclisch en berig te worden.

Kraamstalperiode

Een goede dekking begint met een goede eicel. Deze wordt al in de kraamperiode gevormd. De kraamperiode vormt de basis voor de volgende worp. Ook wordt er in de kraamstal bepaald welke dieren in de volgende dekgroep(en) terecht komen; welke zeugen worden speenzeug, welke zeugen worden slachtzeug en welke zeugen blijven langer in de kraamstal doordat ze als pleegzeug gebruikt worden. Dit heeft allemaal invloed op de dekplanning. Een goede communicatie tussen kraam- en dekstal is daarom essentieel.

Met name de conditie en voeding van speenzeugen is belangrijk. Zeugen met een matige/slechte conditie hebben geen tot een verlate ovulatie (en berigheid), ook zullen zij vaker terugkomen en minder biggen krijgen in de volgende worp (kleinere toomgrootte). Een gezonde, grote eicel en het aantal eicellen wordt einde kraamstal al bepaald. Daarnaast moet de algemene gezondheid van de zeugen goed zijn, behandel daarom kreupele zeugen adequaat en voorkom elke vorm van ziekte.

Dekstal

In de dekstal vindt de inseminatie plaats. Zeugen dienen rustig naar de dekstal verplaatst te worden vanuit de kraamstal, fokgelten-afdelingen en eventueel dracht- en/of wachtstal. Vervolgens moeten de omstandigheden in de dekstal zo optimaal mogelijk zijn:

  • Constant dag-nachtritme van 16u licht en 8u donker
  • De lichtintensiteit moet minstens 100 lux zijn ter hoogte van het dier (ong. 0,5m boven de grond)
  • De voeding moet een goede eicel stimuleren
    • Flushvoer is het meest ideaal in de dekstal
    • Het uier van de speenzeugen moet vlot opdrogen (< 2 dagen)
    • Flushen door middel van suiker (dextrose) is te adviseren
    • Daarnaast zijn er nog diverse andere producten die helpen om de eicelkwaliteit en berigheid te stimuleren
    • Voeding in de kraamstal legt de basis voor eicel na spenen
  • Goede wateropname
  • Klimaat in de dekstal moet optimaal zijn
    • Juiste temperatuur (20 graden)
    • Juiste luchtvochtigheid
    • Voldoende frisse lucht
  • Optimaliseer de huisvesting in de dekstal
    • Juiste en schone vloeren
    • Voldoende bewegingsruimte
    • Voldoende ruimte voor de beer – mogelijkheid tot direct neus-neus contact met de beer
  • Sperma kwaliteit garanderen
    • Goed onderhoud van sperma-box
    • Constante temperatuur van 17 graden
    • Leeftijd van het sperma
    • Transport van sperma (van koelkast naar koelbox, zeker op warme dagen!)
    • Hang een thermometer (min-max) of datalogger in de sperma koelkast & sperma-box
  • Goede, actieve beren
    • Minimaal 9 maanden leeftijd (voorkeur >1 jaar leeftijd)
    • Gebruik van meerdere beren (niet elke zeug heeft de voorkeur voor dezelfde beer & beren houden elkaar beter actief)
    • Volwassen beren zijn vaak beter dan jonge beren (op een oude fiets…)
    • Beren met een goed libido
    • Vergeet de beren niet in het vaccinatieschema! – overleg hiervoor met uw dierenarts
  • Beercontact
    • 15-20min beercontact per keer
    • Beer telkens voor een klein groepje zeugen (5-10 zeugen)
    • Voorkeur voor 2x per dag
    • Starten vanaf speendag
  • Berigheidscontrole
    • Juiste registratie van bevindingen
    • Niet teveel uren achter elkaar berigheidscontrole doen --> wissel het werk af zodat de focus goed blijft
    • Juiste zeug stimulatie
  • Houd rekening met het seizoen
    • Zeker in de herfst extra aandacht voor de juiste temperatuur(-overgang), lichtregime, binnenkomend daglicht en voeropname
  • Indeling dekstal
    • Het moet duidelijk zijn welke dieren bij welke groep horen (speenzeugen / terugkomers / fokgelten / etc.) --> verwachting van berigheid
    • Vermijd onrust! – keuze welke dieren naast elkaar staan
    • Voorkeur beren niet huisvesten in de dekstal
  • Inseminatie
    • Hygiëne, hygiëne, hygiëne!!
    • Juiste stimulatie van de zeug!
      • Beer – voorkeur voor horen, zien, ruiken en voelen
        • Hulpmiddelen hierbij kunnen zijn:
          • Gebruik meerdere beren (--> concurrentie zorgt ervoor dat ze extra goed hun best doen)
          • Beren-spray
          • BOAR BETTER*

Beerstimulatie

% zeugen met sta-reflex

Geen

48%

Geur en geluid

80%

Geur, geluid en zicht

97%

Geur, geluid, zicht en contact

100%

Dit zijn gegevens uit een ouder onderzoek, maar nog steeds actueel. Hoe beter de stimulatie van de zeug, hoe beter het sta-reflex en de ovulatie. Daarnaast zorgt goed beercontact ervoor dat meer zeugen gelijktijdig en vroeger berig worden.

  • Algemeen: 
    • Rust!
    • Voorkom alle vormen van stress
    • Houd het voermoment los van het beercontact zodat de focus maar op één ding ligt: de beer OF het voer
    • Juiste maat pipet en andere materialen 

* BOAR BETTER 
Dit is een product dat drie feromonen bevat (quinoline, androstenol en androstenone). Het product wordt voor de neus van de zeug gesprayd. Het gevolg hiervan is dat de zeugen extra gestimuleerd worden en beter de berigheid laten zien. Het product bevat een blauwe kleurstof waardoor goed te zien is welke dieren behandeld zijn en welke niet, ook is het prettig om te zien of het product de neus van de zeug goed bereikt heeft.

Nieuwsbrief 2022-3 Water, de rest komt later...

De eeuwige dooddoener op het varkensbedrijf: zodra er problemen zijn, een kink in de kabel, komt de vraag “is het water wel in orde?”. “In orde” is een ruim begrip, heel erg ruim. In deze nieuwsbrief proberen we enkele handvaten en normen mee te geven, normen die afhankelijk van de bron (haha, woordgrapje) nogal eens durven te wisselen. Dit is natuurlijk niet handig voor de dierverzorger, we gaan even uit van de meest genoemde normen en gemiddelden. Denk wel steeds aan ons motto en dat van onze veehouders: elke bedrijf is verschillend en de dieren hebben altijd gelijk. Als je alles perfect volgens het boekje doet, maar de dragende zeugen drinken nog steeds te weinig, zal men toch iets moeten ondernemen om het aan te passen.
Zie deze nieuwsbrief even als naslagwerk en een reden om in de stal eens wat zaken te checken, of om het gesprek met de adviseur te starten.

Basisprincipes goede watergift 
Een aantal basisprincipes die altijd en overal gelden:

  • Controleer tijdens de stalronde elke dag de watervoorziening (snelle controle).
    • Is er water?
    • Alle nippels?
    • Lekkages?
  • Laat het water controleren. Zowel bij ingang in de stal als ter hoogte van de dieren, minimaal 1x /jaar (meeste certificering is dit vaak al nodig).
    • Bij twijfel over kwaliteit water, aarzel niet te gaan controleren. Aantal zaken kan je zelf al (denk aan aftappen in een witte emmer).
  • Check regelmatig het debiet (wateropbrengst): komt er genoeg water voor deze diercategorie?
    • 15 seconden in maatbeker laten lopen en controleren of dit volgens de norm is.
  • Reinig regelmatig de waterleidingen
    • Zeker: na toevoeging van vitaminen of eventuele medicijnen.
    • Na de ronde: in de afdelingen zal er steeds een biofilm in de leiding ontstaan (ook als er niets aan de leidingen wordt toegevoegd).

Reinheid 
Water moet natuurlijk niet vervuild zijn (kiemgetal, E. coli, etc.) en moet binnen de normen vallen. Normen kunnen soms te verschillen op een uitslag, onder andere afhankelijk van welk lab. 

Bijgaande normen hanteert GD als grenswaarden:

  Goed Slecht
pH 5-8 <4 en >9
Ammonium (mg/L) <1 >2 
Nitriet (mg/L)  <0,1 >1
Nitraat (mg/L) <100 >200
Chloride (mg/L) <250 >2000
Natrium (mg/L)  <400 >800
IJzer (mg/L) <0,5 >10
Mangaan (mg/L)  <1 >2
Sulfaat (mg/L) <100 >250
Hardheid (⁰D) >4 en <15 >25
E. coli (kve/ml) <10 >100
Totaal kiemgetal (kve/ml) <10.000 >100.000

Let op: één van de grootste verbeterpunten is dat men aan de ingang van de stal wel meet en onderzoekt, maar doe -als u dit nog niet verplicht bent via concept certificering- dit ook een keer aan de nippel (na al die meters lagedrukleiding in een verwarmde stal).

Bereikbaarheid drinkwater

Hier moeten we een onderscheid maken tussen nippels en drinkbakjes. De discussie gaan we hier nooit helemaal kunnen uitschrijven, feit is wel dat beide systemen hun voor- en nadelen hebben. Als voorbeeld: drinkbakjes zullen gespeende biggen sneller leren kennen om aan te drinken, alleen heeft men bij drinkbakjes meer kans op bacteriële verontreiniging en laat net de pas gespeende biggen hier het gevoeligst voor zijn. 

Nippels
De ideale plaatsingshoogte van een nippel hangt af van de manier van plaatsen van de nippel. Zie bijgaande figuur:

Bron: ILVO

Voor elk type plaatsing is er ook een ideale hoogte van de nippel naargelang grootte van het varken. Zie bijgaande tabel voor situatie A en B.

Diergewicht (kleinste dier van de groep (kg)) 

Nippelhoogte (cm) 90 graden nippel 

Formule: 15 x LG^0,33

(LG = levend gewicht in kg) 

Nippelhoogte (cm) 45 graden nippel 

Formule: 18 x LG^0,33

(LG = levend gewicht in kg)  

10 32 38
20 40 48
30 46 55
40 51 61
50 55 65
60 58 70
70 61 73
80 64 76
90 66 79
100 69 82
Zeugen 90 105
Beren 90 105

Bron: ILVO

Altijd goed om te meten: of er in bepaalde afdelingen bij de gespeende biggen nippels die veel te hoog geplaatst zijn voor de jongste dieren? Tegenwoordig zien we vaak meerdere nippels op verschillende hoogten in één hok.

Drinkbakjes
Drinkbakjes worden bij voorkeur geplaatst op 40% van de schofthoogte van de dieren.

 

Waterbehoefte: hoeveelheid en debiet (wateropbrengst)
Voor de normen zie onderstaande tabel. Houd rekening met:

  • Een en ander in behoefte kan nog al eens schommelen (denk hierbij aan stalklimaat).
  • Een te laag debiet kan frustratie opwekken, bijterij, of gewoonweg minder wateropname, met alle gevolgen vandien (bijvoorbeeld blaasinfecties bij zeugen, verminderde voeropname bij vleesvarkens).
  • Een te hoog debiet is met name nadelig bij “lerende” dieren, dieren die in een nieuw hok geplaatst zijn en daar moeten leren eten en drinken. Ze kunnen hiervan schrikken en daardoor niet meer naar het drinkpunt durven. 
  Behoefte per dier per dag (L)  Debiet (wateropbrengst) (L/min)
Speenbiggen (ong. 7kg) 0,7L 0,5 L/min
Gespeende biggen (10kg)  1L 0,5-0,8 L/min
Gespeende biggen (20kg)  2L 0,7-1 L/min
Vleesvarkens (25-50kg)  3-4L 1-1,5 L/min
Vleesvarkens (50-80kg)  5-8L 1-1,5 L/min
Vleesvarkens (80-120kg) 8-10L 1,5-2,2 L/min
Dragende zeugen (eerste helft)  >12L  >1,5-2,2 L/min
Dragende zeugen (tweede helft) >15L  >1,5-2,2 L/min
Kraamzeugen  >15 + 1,5L per big  >2-4 L/min
Beer  10-15L  >1,5-2,2 L/min 

Naar bron: Brede, 2016

Let wel op, de normen die hier weergegeven worden zien we eerder stijgen de laatste jaren (cfr manual Topigs TN70). 

Daarnaast is een onbeperkte toegang tot vers water essentieel voor varkens. 

Tip: urineonderzoek kan u helpen om een inschatting te krijgen of de wateropname van uw varkens voldoende is. Informeer hierbij bij uw dierenarts.

Er valt nog zoveel meer te vertellen over drinkwater, te veel om in een nieuwsbrief allemaal te benoemen, maar heb je vragen, aarzel niet om je dierenarts te contacteren!

 

Contactgegevens

DAC ZuidOost Varkens & Pluimvee B.V.


Telefoonnummer: +31 (0)493 352422

Website: http://www.daczuidoost.nl/landbouwhuisdieren/varkens/

Email: varken@daczuidoost.nl